Skip to content

LUTGARD-IS: Triptych of Identities

Sander Vloebers

Een choreografie met drie dansers, bestaande uit vijf hoofdstukken. Samen zijn we Lutgardis. Heilig één en verdeeld in stukken, eb en vloed – tussen extase en assimilatie. 1.Noet (Mother Of Heaven). 2.Genesis (Light). 3.Dionysos (Rhythm). 4.Pieta (Birth). 5.Pythia (Promise) = LUTGARDIS Voor deze choreografie werkt Sander samen met dansers Linde Stiers en Linde Michiels, videokunstenaar Pol Herrmann en sound- designer Joost Van Duppen.

A Choreography with three dancers, consisting of five chapters. Together we are Lutgardis. Holy in one and divided into pieces, ebb and flow – between ecstasy and assimilation. 1. Noet (Mother of Heaven). 2. Genesis (Light). 3. Dionysos (Rhythm). 4 Pieta (Birth). 5. Pythia (Promise) = Lutgardis Sander Vloebergs collaborates with dancers Linde Stiers and Linde Michiels, video artist Pol Hermann and sound designer Joost Van Duppen.

LUTGARD-IS : Triptych of Identities

Heilig één en verdeeld in stukken, eb en vloed – tussen extase en assimilatie

HADEWIJCH

Sander Vloebergs

1.Sfinx, Riddles of Identity. 2. Seraphim, Sons of the Sun. 3. Dionysos, Rhythm. 4. Noen, Textiles. 5. Vision. 4. Samengevat in 5 hoofdstukken. Wanneer de Liefde te groot is voor ons. Voor deze choreografie werkt Sander samen met danser Cliff Pots, videokunstenaar Dimitri Sterkens, sounddesigner Jan Wallyn en textielkunstenaar Bram Van Breda.

1. Sfinx, Riddles of Identity. 2. Seraphim, Sons of the Sun. 3. Dionysos, Rhythm. 4. Noen, Textiles. 5. Vision 4. Summarized in 5 chapters. When Love is too big for us. For this performance, Sander Vloebergs collaborates with dancer Cliff Pots, video artist Dimitri Sterkens, sound designer Jan Wallyn and textile designer Bram Van Breda.

HADEWIJCH

Wanneer de Liefde te groot is voor ons

Colleges: Kunstgeschiedenis van de middeleeuwen

Sander Vloebergs doceerde deze colleges aan de bachelorstudenten van LUCA School of Arts (KULeuven) in Gent tijdens het academiejaar 2019-2020. Deze pagina biedt een selectie van colleges aan waarin de aandacht gaat naar de rol van de vrouw in zowel de kerk als de kunst, instituten die doorgaans als ‘mannelijke’ worden omschreven. De colleges monden uit in een gesprek met Anne-Mie Van Kerckhoven . Tijdens dit gesprek gaan de kunstenares en Sander in dialoog over AMVK’s Sex&Technology-project waarin de middeleeuwse mystica Marguerite Porete een belangrijke rol zal spelen.

College 3 : Kunst door en voor vrouwen

In dit college gaat Sander in op de kunst door en voor vrouwen in de laat-middeleeuwse periode. Het college is opgenomen in drie delen: 1. Academisch onderzoek over vrouwen in de kunst – een inleiding; 2. De historische en devotionele context van de dertiende en veertiende eeuw; 3. Kunst en devotie in vrouwengemeenschappen – enkele voorbeelden.

College 4: Kunst over vrouwen – Bijbelse vrouwen in de kunst

Sander gaat in dit college in op de rol van bijbelse vrouwen in de kunst. Het heilsverhaal waarop de christelijke traditie gestoeld is, laat een beperkte ruimte voor de rol van vrouwen. De vrouwen die in dit college aan bod zullen komen zijn Eva (de zondares) en Maria Magdalena (de bekeerlinge en getuige). In een religieus instituut bestaande uit mannelijke priesters hechten vrouwen in het bijzonder belang aan deze bijbelse vrouwen. Deze complexe representaties van vrouwen inspireerden dan ook menige kunstenaars die in dialoog met vrouwen en hun devotie deze beeldtaal ontwikkelden.

College 5: Dansen tussen hemel en aarde – danstradities in de middeleeuwen

Het vijfde college biedt een vernieuwende aanvulling bij de ‘klassieke kunstgeschiedenis’ door in te gaan op danstradities en hun lichaamstaal in dialoog met de visuele kunst, ‘material culture’ en theologie (van de late middeleeuwen). Het college is opgenomen in 3 delen: 1. Dans als profaan of sacraal fenomeen; 2. Dans en het christendom; 3. Danstradities in de late middeleeuwen

College 6: Interview met Anne-Mie Van Kerckhoven

In dit college gaat Sander in dialoog met kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven en bespreken ze AMVK’s artistieke interpretatie van de middeleeuwse mystica Marguerite Porete, gekaderd binnen Anne-Mies grote Sex&Technology-project.

College 5 – Body Language (2020-2021)

In het vijfde college van het onderdeel Middeleeuwe kunstgeschiedenis (2020-2021) gaat Sander in gesprek met Annabel Dijkema die uitleg geeft over de tentoontstelling Body Language van het Museum Catharijneconvent.

Bronvermelding

College 3

  • Vandenbroeck, Paul, and Tentoonstelling. Brussel. Paleis Voor Schone Kunsten. Hooglied: De Beeldwereld Van Religieuze Vrouwen in De Zuidelijke Nederlanden, Vanaf De 13de Eeuw. Gent: Snoeck-Ducaju, 1994.
  • Hamburger, Jeffrey F. The Visual and the Visionary: Art and Female Spirituality in Late Medieval Germany. New York (N.Y.): Zone, 1998.
  • Simons, Walter. Cities of Ladies: Beguine Communities in the Medieval Low Countries, 1200 – 1565. Philadelphia: U of Pennsylvania, 2003. 
  • Ziegler, Joanna E. Sculpture of Compassion: The Pietà and the Beguines in the Southern Low Countries C. 1300 – C. 1600. Bruxelles: Institut Historique Belge De Rome, 1992. 
  • Lochrie, Karma., McCracken, Peggy, and Schultz, James Alfred (eds.). Constructing Medieval Sexuality. Minneapolis: U of Minnesota, 1997.

College 4

  • Falkenburg, Reindert, and Roodenburg, Herman. The Land of Unlikeness: Hieronymus Bosch, The Garden of Earthly Delights. Zwolle: W, 2011.
  • Bieringer, Reimund, Baert, Barbara, Demasure, Karlijn, and International Interdisciplinary Conference “Noli Me Tangere: New Interdisciplinary Perspectives” Leuven 16.12. .12.2009. Noli Me Tangere in Interdisciplinary Perspective: Textual, Iconographic and Contemporary Interpretations. Leuven: Peeters, 2016.
  • Baert, Barbara, and Kusters, Liesbet. “The Pact between Space and Gaze: The Narrative and the Iconic in Noli Me Tangere.” Noli Me Tangere in Interdisciplinary Perspective: Textual, Iconographic and Contemporary Interpretations. Vol. 283. Peeters; Leuven, 2016. 

College 5

  • Van Der Leeuw, Gerard. Sacred and Profane Beauty : The Holy in Art. New York (N.Y.): Holt, Rinehart and Winston, 1963.
  • Bataille, Georges. The Tears of Eros. San Francisco: City Lights, 1989.
  • Chaganti, Seeta. Strange Footing: Poetic Form and Dance in the Late Middle Ages. Chicago: University of Chicago Press, 2018.
  • Backman, Louis. Religious Dances in the Christian Church and Popular Medicine. Hampshire: Noverre Press, 2009.
  • Vandenbroeck, Paul, and Tentoonstelling. Antwerpen. Koninklijk Museum Voor Schone Kunsten. De Kleuren Van De Geest: Dans En Trance in Afro-Europese Tradities. Gent: Snoeck-Ducaju, 1997.

College 6

  • Van Kerckhoven, Anne-Mie, Seyfart, Ludwig, Snauwaert, Dirk, Van Den Bossche, Phillip, Walker, Hamza, Exhibition. Chicago. Renaissance Society, and Tentoonstelling. Oostende. Mu.ZEE. Anne-Mie Van Kerckhoven: Mistress of the Horizon. Tielt: Lannoo, 2011. Print.
  • Van Kerckhoven, Anne-Mie, Van Rossem, Patrick. I’ll Rob you: 2002-2005. Antwerpen: AntiSade Press, 2006.
  • Rops, Félicien. Félicien Rops over Kunst, Melancholie En Perversiteit. Amsterdam: Arbeiderspers, 1982.
  • Roudinesco, Elisabeth. La part obscure de nous-mêmes. Une historie des pervers. Paris: Albin Michel, 2007.
  • Gehant, Victor. Le science du bien et du mal: Ou philosophie de la revelation (1848). Kessinger Publishing, 2010.

Sander Vloebergs

Sander is laatstejaars doctoraatsstudent Theologie en Literatuur. Hij doceerde kunstgeschiedenis van de middeleeuwen aan LUCA in 2019-2020. Hij is choreograaf en specialiseert zich in de relatie tussen dans, mystiek en kerk

Studiedag : Kunst, kerk en mystiek

21 juni 2019, KADOC (KULeuven): De middeleeuwse vrouwelijke mystiek – met intrigerende figuren zoals Hadewijch en Sint Lutgardis – spreekt vele mensen tot de verbeelding. Ook kunstenaars hebben zich laten inspireren door die christelijke mystieke en spirituele teksten. Tijdens de studiedag bestuderen we de relatie tussen de Middelnederlandse christelijke mystiek enerzijds en de hedendaagse kunstpraktijk anderzijds. Academici en een panel van kunstenaressen gaan samen op zoek naar wat deze mystieke teksten ons vandaag kunnen leren, met speciale aandacht voor de interpretatieproblemen en de huidige postchristelijke context.

Veerle Fraeters – Hadewijch, jihadi van de liefde

Artistieke receptie van de premoderne mystiek als spiegel van de (laat)moderne tijd

Veerle Fraeters reflecteert over de moderne receptie van de middeleeuwse mystica Hadewijch aan de hand van haar ervaring als betrokken academica tijdens de productie van de opera Revelations, door Transparant.

Marc De Kesel – Moderne dans/ moderne mystiek

Over Mallarmé’s ‘spirituele’ kijk op dans

Anja Veirman: Re-enacting rituelen als onderzoek naar kennisconstructie en mediatie

Transculturele video-experimenten en textiele praktijken in de Senufo context van Burkina Faso.

Rik Torfs: Kerk en kunst

Gesprek met Pé Vermeersch, Anne-Mie Van Kerckhoven en Lies Daenen

Colleges : Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen

Sander Vloebergs doceerde deze colleges aan de bachelorstudenten van LUCA School of Arts (KULeuven) in Gent tijdens het academiejaar 2019-2020. Deze pagina biedt een selectie van colleges aan waarin de aandacht gaat naar de rol van de vrouw in zowel de kerk als de kunst, instituten die doorgaans als ‘mannelijke’ worden omschreven. De colleges monden uit in een gesprek met Anne-Mie Van Kerckhoven . Tijdens dit gesprek gaan de kunstenares en Sander in dialoog over AMVK’s Sex&Technology-project waarin de middeleeuwse mystica Marguerite Porete een belangrijke rol zal spelen.

College 3: Kunst door en voor vrouwen

In dit college gaat Sander in op de kunst door en voor vrouwen in de laat-middeleeuwse periode. Het college is opgenomen in drie delen: 1. Academisch onderzoek over vrouwen in de kunst – een inleiding; 2. De historische en devotionele context van de dertiende en veertiende eeuw; 3. Kunst en devotie in vrouwengemeenschappen – enkele voorbeelden.

College 3 – deel 1 : academisch onderzoek over vrouwenkunst
College 3 – deel 2 : historische en devotionele context van de dertiende en veertiende eeuw
College 3 – deel 3 : Voorbeelden van ‘vrouwelijke’ devotionele beelden (“Andachtsbilder”)

College 4 – Bijbelse vrouwen in de kunst

Sander gaat in dit college in op de rol van bijbelse vrouwen in de kunst. Het heilsverhaal waarop de christelijke traditie gestoeld is, laat een beperkte ruimte voor de rol van vrouwen. De vrouwen die in dit college aan bod zullen komen zijn Eva (de zondares) en Maria Magdalena (de bekeerlinge en getuige). In een religieus instituut bestaande uit mannelijke priesters hechten vrouwen in het bijzonder belang aan deze bijbelse vrouwen. Deze complexe representaties van vrouwen inspireerden dan ook menige kunstenaars die in dialoog met vrouwen en hun devotie deze beeldtaal ontwikkelden.

College 4 – deel 1 : De “complexe” bijbelse vrouw – een inleiding
College 4 – deel 2 : Eva en Maria (Magdalena) van zondares naar bekeerlinge
College 4 – deel 3 : ”Noli me tangere”

College 5 : Dansen tussen hemel en aarde – danstradities in de late middeleeuwen

Het vijfde college biedt een vernieuwende aanvulling bij de ‘klassieke kunstgeschiedenis’ door in te gaan op danstradities en hun lichaamstaal in dialoog met de visuele kunst, ‘material culture’ en theologie (van de late middeleeuwen). Het college is opgenomen in 3 delen: 1. Dans als profaan of sacraal fenomeen; 2. Dans en het christendom; 3. Danstradities in de late middeleeuwen

College 5 – deel 1 : Dans als profaan en sacraal fenomeen
College 5 – deel 2 : Dans en het christendom
College 3 – deel 3 : Danstradities in de late middeleeuwen

College 6 : Interview met Anne-Mie Van Kerckhoven

In dit college gaat Sander in dialoog met kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven en bespreken ze AMVK’s artistieke interpretatie van de middeleeuwse mystica Marguerite Porete, gekaderd binnen Anne-Mies grote Sex&Technology-project.

College 6 : Interview met AMVK (Marguerite Porete als belangrijke speler in het Sex&Technology-project).

Korte bibliografie

College 3

  • Vandenbroeck, Paul, and Tentoonstelling. Brussel. Paleis Voor Schone Kunsten. Hooglied: De Beeldwereld Van Religieuze Vrouwen in De Zuidelijke Nederlanden, Vanaf De 13de Eeuw. Gent: Snoeck-Ducaju, 1994.
  • Hamburger, Jeffrey F. The Visual and the Visionary: Art and Female Spirituality in Late Medieval Germany. New York (N.Y.): Zone, 1998.
  • Simons, Walter. Cities of Ladies: Beguine Communities in the Medieval Low Countries, 1200 – 1565. Philadelphia: U of Pennsylvania, 2003. 
  • Ziegler, Joanna E. Sculpture of Compassion: The Pietà and the Beguines in the Southern Low Countries C. 1300 – C. 1600. Bruxelles: Institut Historique Belge De Rome, 1992. 
  • Lochrie, Karma., McCracken, Peggy, and Schultz, James Alfred (eds.). Constructing Medieval Sexuality. Minneapolis: U of Minnesota, 1997.

College 4

  • Falkenburg, Reindert, and Roodenburg, Herman. The Land of Unlikeness: Hieronymus Bosch, The Garden of Earthly Delights. Zwolle: W, 2011.
  • Bieringer, Reimund, Baert, Barbara, Demasure, Karlijn, and International Interdisciplinary Conference “Noli Me Tangere: New Interdisciplinary Perspectives” Leuven 16.12. .12.2009. Noli Me Tangere in Interdisciplinary Perspective: Textual, Iconographic and Contemporary Interpretations. Leuven: Peeters, 2016.
  • Baert, Barbara, and Kusters, Liesbet. “The Pact between Space and Gaze: The Narrative and the Iconic in Noli Me Tangere.” Noli Me Tangere in Interdisciplinary Perspective: Textual, Iconographic and Contemporary Interpretations. Vol. 283. Peeters; Leuven, 2016. 

College 5

  • Van Der Leeuw, Gerard. Sacred and Profane Beauty : The Holy in Art. New York (N.Y.): Holt, Rinehart and Winston, 1963.
  • Bataille, Georges. The Tears of Eros. San Francisco: City Lights, 1989.
  • Chaganti, Seeta. Strange Footing: Poetic Form and Dance in the Late Middle Ages. Chicago: University of Chicago Press, 2018.
  • Backman, Louis. Religious Dances in the Christian Church and Popular Medicine. Hampshire: Noverre Press, 2009.
  • Vandenbroeck, Paul, and Tentoonstelling. Antwerpen. Koninklijk Museum Voor Schone Kunsten. De Kleuren Van De Geest: Dans En Trance in Afro-Europese Tradities. Gent: Snoeck-Ducaju, 1997.

College 6

  • Van Kerckhoven, Anne-Mie, Seyfart, Ludwig, Snauwaert, Dirk, Van Den Bossche, Phillip, Walker, Hamza, Exhibition. Chicago. Renaissance Society, and Tentoonstelling. Oostende. Mu.ZEE. Anne-Mie Van Kerckhoven: Mistress of the Horizon. Tielt: Lannoo, 2011. Print.
  • Van Kerckhoven, Anne-Mie, Van Rossem, Patrick. I’ll Rob you: 2002-2005. Antwerpen: AntiSade Press, 2006.
  • Rops, Félicien. Félicien Rops over Kunst, Melancholie En Perversiteit. Amsterdam: Arbeiderspers, 1982.
  • Roudinesco, Elisabeth. La part obscure de nous-mêmes. Une historie des pervers. Paris: Albin Michel, 2007.
  • Gehant, Victor. Le science du bien et du mal: Ou philosophie de la revelation (1848). Kessinger Publishing, 2010.

Sander Vloebergs is gastdocent Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen, theoloog (doctoraatsstudent) en choreograaf.

SANDER VLOEBERGS

PIETA – Performance Lecture

Text by Sander Vloebergs & Pierrette COffrée

Ἐν ἀρχῇ ἦν ὁ Λόγος, καὶ ὁ Λόγος ἦν πρὸς τὸν Θεόν, καὶ Θεὸς ἦν ὁ Λόγος. Οὗτος
ἦν ἐν ἀρχῇ πρὸς τὸν Θεόν. πάντα δι’ αὐτοῦ ἐγένετο, καὶ χωρὶς αὐτοῦ ἐγένετο οὐδὲ ἕν
ὃ γέγονεν. ἐν αὐτῷ ζωὴ ἦν, καὶ ἡ ζωὴ ἦν τὸ φῶς τῶν ἀνθρώπων. καὶ τὸ φῶς ἐν τῇ
σκοτίᾳ φαίνει, καὶ ἡ σκοτία αὐτὸ οὐ κατέλαβεν.

In het Woord was leven
en het leven was het licht van de mensen.
Het licht schijnt in de duisternis en
de duisternis heeft het niet begrepen.

Hier in deze ruimte waar de ogen van rectoren,
als het ware hogepriesters van de rede,
ons toekijken,
hier waar het licht van de rede is doorgedrongen
en heeft wat was verdrongen,
(hier waar Apollo woont en heerst).

O licht,
namiddag licht,
gij die in uw volle klaarte
en volle glans binnenstraalt
(en de tempel volledig verlicht).

Helios, neem ons mee,
draag ons in uw zonnewagen
door dit herfstuur van de dag.

Laat ons thans glijden
over velden van voldragen vruchten,
laat ons proeven van hun rijpheid.
Zacht is de streling van uw voetstappen
over de warme huid van de aarde nu.

Heer, het is tijd.
Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten, voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin, und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wijn!
Neemt gij ons verder mee,
dieper dan de aarde nog
waar Apollo zich zopas heeft neergevlijd?
Dionysos, vul de kelk! Laat ons drinken,
in elkaar verzinken, verzadigd en verzonken,
dronken, kus mij,
geliefde.

Siet dit es die wijncelle daer minne inne leit hare uut vercoerne, alsoe alse wi leren in haren boeke. Want hier wert karitate geordent ende alle doechde; ende hier inne es wortele, leven, wassen, vutsel ende onthout alre doechde, met ordenen ende met onderschede, in eensamen seden ende in allen goeden werken.

Nochtan blijft minne in die enige celle met haren geminden, boven redene ende boven wise ende boven oefeninge van doechden. Ende si en pleecht niet dan haers selfs, ende si es haren selven ghoech ende aldat si begeert.Want si en soect noch en begeert buten haren selven niet. Ende si es in haren opgange te gode dronken, wiseloes ende sonder maniere. Ende hier omme doet si ons verdolen boven redene in onwisen ende in onwetene sonder gront.

Ik ben zonder grond
onder de grond,
de grond die (steeds nog) draagt de neergevlijde Apollo.
Ik dronk de liefdesdrank in avond-schemering en ben gesluierd,
gij naakt.

Uw hart staat open, und man kann hinein.
Das hätte dürfen nur mein Eingang sein.
Nun bist du müde, und dein müder Mund
hat keine lust zu meinem wehen Munde
– O Jesus, Jesus, wann war unsre Stunde?
Wie gehn wir beide wunderlich zugrund.

Neem me mee doorheen de nacht
tot ik nacht zelf geworden ben,
gebeiteld uit marmer
door een engelenhand.

Zwart als pupillen, zwart als lichtverslindende ogen – Черная как зрачок, как зрачок сосущая
Свет – люблю тебя, зоркая ночь.
Голосу дай мне воспеть тебя, о праматерь Песен, в чьей длани узда четырех ветров.
Клича тебя, славословя тебя – я только Раковина, где еще не умолк океан.
Испепели меня, черное солнце – ночь!
Ночь! я уже нагляделась в зрачки человека!

O Nacht!
Door het masker en door de blik van de uil
kijk ik je wederom aan, licht!
Begrijp je mij nu?
Laat mij u omarmen
zoals een moeder haar kind
zoals een bruid haar bruidegom
zoals de nacht de dag.

Neer leg ik mijn sluier
opstaan wil ik
uit de sluimering.

ik sta
ik sta hier
ik ben nu dageraad
ik ben raadsel én rede
ik ben sluier en gelaat
ik ben Aurora
Mater Dolorosa
ik ben de Logos die draagt
ik ben de winnaar die overwonnen wordt

Heer, het is tijd.

Performance in honor of emerita prof.dr. Katlijn Malfliet, Leuven, September 20th 2019.

FluX.LuX.VoX.CruX

Video and Choreography of LUTGARDIS. Project 3

FLUX. Identities fluctuate. Identities grow and harmonize but they also destroy and cause conflict. They are negotiated and renegotiated over time and within different spaces. The choreography is inspired by the three chapters of Lutgardis’ hagiography (saint life), three parts of her identity. Lutgardis’ life was documented by her confessor and dear friend Thomas of Cantipré. He choose to divide this biographical work in three chapters, opting for a mystical-theological composition instead of a chronological sum of events. His first chapter is on Lutgardis as a devote young woman, the second on Lutgardis as a more advanced mystical woman and the third on Lutgardis as a full-grown contemplative saint. Each dancer represents one part of her life, congered up in one single moment in time, a dance of identities.

LUX. Light and vision play an important role in the life of the Flemish saint. At the end of her life Lutgardis becomes blind. The loss of physical sight is mentioned in the third chapter of her hagiography. It is counteracted with the gain in contemplative sight. In her perfected state the saint sees God. In order to do so she had to let go of her earthly life and her sense of sight. The dance introduced the symbol of the blindfold to depict this important change in her life. A classically trained dancer represents the third part of Lutgardis’ hagiography, her dance suggests nearly reached perfection. Confronted with her past lifes (the other two contemporary dancers), the saint struggles to move on. Her blindness urges her to renegotiate her idenity.
The cineast explored the spectrum of colors and played with light and dark to suggest the change between physical and contemplative sight.

Fragment from LUTGARDIS. Project 3

VOX. The thee parts of Lutgardis’ hagiography are personified by three dancers. In the making of the choreography the dancers discovered an enigma concerning the plural identities presented in the hagiography. The second chapter presents a woman who is nor young and unexperienced, nor perfect and divinized. The choreography revealed a crucial question, namely who is this Lutgardis of the second chapter? What is her role in society? Does she have a voice to proclaim her identity? The second dancer represents the struggle of reaching perfection in a world that questions her right to speak.

CRUX The cross unifies Lutgardis’ different identities. Love connects Lutgardis throughout her life with her heavenly groom, Jezus Christ. Her mimetic relationship to him is the one constant in her life, it inspired her to grow towards perfection. Lutgardis experienced the sight of the cross as the sign of God’s love for humanity. On the cross Christ gave his life for the salvation of humanity. This sacrificial eternal love inspired Lutgardis to grow: to grow towards perfection and to grow closer to Christ, intensifying their mimetic love relationship. The choreographic interpretation of the sign of the cross is repeated frequently within the dance, performed by all the dancers (all the different stages in Lutgardis’ life). The cross symbolizes unity within the flux of changing identities.

Fragment from LUTGARDIS. Project 3

Beata Viscera Lutgardis Virginis

The Music of LUTARDIS – Project 3

The music for the artistic dance video LUTGARDIS – Project 3 was created by composer Valéry Demaré in collaboration with choreographer Sander Vloebergs. This blog offers an insight in the process of music making and the creation of a unique composition based on an intertextual study and an intermedia collaboration. 

October, 12th 2018: Meeting to discuss the inspiration for the musical composition

During this meeting Val and Sander explored musical and textual references for the composition. Both artists were inspired by 13th century musical traditions; the same time period as the Mulieres Religiosae (the holy women of Liège) and Lutgardis of Tongeren in particular. They selected the music of Italian composer Perotin (Val experimented with his music in the past). The piece is called Beata Viscera Marie Virginis. The text was written by Philip the Chancellor and is a hymn to Mary and the mystery of the Incarnation. 

We choose this text to include this intertextual layer that relates Lutgardis to Mary. Late Medieval piety gravitated towards Mary and her son Jesus, venerated as the Human Christ. Female mystics and saints imitated both Mary and Christ in order to find union with the divine. To Lutgardis and other women, Mary was the example to imitate in order to reach this goal. With this intertextual connection we relate Lutgardis and her struggle towards perfection (described by Thomas of Cantimpré in three parts of her saintly biography) with Mary, the ideal Woman. 

Beata viscera
Marie virginis
Cuius ad ubera
Rex magni nominis,
Dictavit federa
Dei et hominis

O mira novitas
et novum gaudium,
Matris integrita
Post puerperium
Blessed flesh
of the Virgin Mary,
at whose breasts
the king of eminent name,
concealing, under altered guise,
the force of divine nature,
has sealed a pact
of God and Man
O astonishing novelty
and unaccustomed joy
of a mother still pure
after childbirth…
Trans: Barbara DeMarco

Find the complete text and extra information on toddtarantino.com : http://www.toddtarantino.com/hum/beataviscera.html

Music on YouTube : https://m.youtube.com/watch?start_radio=1&list=RDlbzw3B6jklU&v=lbzw3B6jklU

October, 28th 2018: Meeting with the singers and the dancers 

Music: Valery Demaré, singers: Therese Depretre (soprano), Charlotte Deschamps (alto), François Martens (base)

Meets

Choreography: Sander Vloebergs (choreographer), Linde Michiels (dancer), Linde Stiers (dancer)

The musicians and dancers met during the second session in the dance room of the KULeuven to explore the possibilities of an intermedia exchange between dance and music. We reversed the dynamics between dance and music by creating the music according to the choreography (I experimented with this method before for the project CHRISTINA). The choir rehearsed the Beata Viscera prior to this session. The song was transformed according to the rhythm of the choreography. The conductor recreated the song step by step while the dancers repeated the dance phrases multiple times and analyzed the meaning of the movements. 

I wanted to highlight some important passages in particular, namely the moment where the singer seems to loose her voice. In this passage the choreography meets the music. The dance represents Lutgardis of the second book (see blog…) at this point, the woman-in-between.  She is neither a saint, nor an ordinary woman. In her struggle to reach perfection she looses her voice – or she is silenced by society. In the moment of letting go by releasing her breath, the dancer and the singer regain agency.  

November, 25th 2018

Before the day of recording the lyrics were changed as well. The original text of the Maria Viscera was replaced by a passage from the saint life of Lutgardis, written by Thomas of Cantimpré. The text describes Lurtgardis heavenly voice. The theme of this passage refers to the beautiful sound of the choir but it also refers to the tension between heavenly sound and voiceless breath, the tension between saint and ordinary women (introduced in the previous paragraph). The music and the choreography both construct the theme of VOX

At quoniam Lutgardem per omnia Agnum secutam diximus, videas quid Agnus rependerit. Fas enim est sponsum sponsæ suæ vicem rependere. Sed vide quemadmodum reddidit. In monasterio S. Catharinæ, omni sexta feria in vespere sabbathi subsequentis, in venerationem beatissimæ Virginis Mariæ merito deputati, cum Versus super Responsorium f cantabatur (cujus utique versum ob gratiam devotionis Lutgardis sola cantare solebat) videbatur ei interim dum cantaret, quod Christus in specie Agni super pectus suum se tali modo locaret, ut unum pedem super humerum ejus dexterum alium super sinistrum, & os suum ori illius imponeret ; & sic sugendo de pectore illius mirabilis melodiæ suavitatem extraheret. Nec dubitare quisquam poterat in hoc cantu, divinum adesse miraculum, cum in solo Versu illo vox in infinitum solito gratior audiretur. Unde & corda audientium ad devotionem interim mirabiliter movebantur (Boek 1, 19)
Acta Sanctorium, June 3th

1 2 4