Extatische gesprekken

In het kader van een artistieke residentie in KADOC (KU Leuven), verken ik samen met verschillende gasten het prikkelende concept “extase”. Wat betekent extase eigenlijk? Het concept migreert vlekkeloos van het ene vakkundig gesprek naar het andere en past zich – zoals een kameleon – aan aan zijn nieuwe habitat, zonder kleur te bekennen. Het doet ons in het donker tasten en nodigt ons uit op een avontuurlijk uitje doorheen Wonderland voorbij onze intellectuele kaders. Ik ga daarom te raden bij andere zoekers die op eigen wijze een tipje van de sluier oplichten.

Het lijkt me nefast, of zelfs tegenstrijdig, om extase in een afgebakende definitie te gieten. Extase, ek-stasis, houdt voor mij net een beweging in: een uitwaarts treden voorbij onszelf – een grenzenspel tussen in en uit waarvan niemand de regels begrijpt. Het raakt aan andere titanische grootheden zoals religie, dans, mystiek, kunst, en ritueel en bevraagt hen op hun bewegelijkheid.

Mijn gesprekspartners benaderen extase vanuit verschillende ooghoeken: sommigen als priester, als danser, als kunstenaar, anderen als toeschouwer, als critica, als weduwe. Het verbindt de toeschouwer met de bekekene en daagt hen uit om samen te voelen, om woorden te vinden die naast de roos schieten, zoals poëzie dat zo mooi doet. Onze wartaal walst soms over heilige huisjes. En toch blijven we proberen om taal te geven aan datgene wat vaak onzegbaar blijkt. Misschien kunnen we extase blootleggen – toch voor heel even.

Anne-mie van kerckhoven : kunstenares

Anne-Mie Van Kerckhoven is een Belgische kunstenaar die sinds de jaren 1970 actief is als beeldend kunstenaar, grafisch ontwerper en performer. Ze woont en werkt in Antwerpen. Haar praktijk is uitgesproken interdisciplinair en beweegt zich tussen beeldende kunst, technologie, filosofie en performance. AMVK wordt beschouwd als een pionier: een vrouwelijke, collaboratieve en bedachtzame voorloper in een door mannen gedomineerde, marktgerichte en visueel geobsedeerde kunstwereld. Ze staat bekend om haar complexe en gelaagde werk, waarin ze thema’s als seksualiteit, technologie, het onderbewuste en de rol van vrouwen in de maatschappij onderzoekt. Haar oeuvre omvat tekeningen, installaties, computerkunst, video en muziek. Ze was medeoprichter van de noiseband Club Moral, samen met Danny De Vos, en haar werk wordt internationaal tentoongesteld.

Kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven getuigt over haar zoeken naar en vinden van mystiek in haar leven en werk. In het bijzonder, de middeleeuwse mystica en verketterde vrouw Margareta Porete (1250-1310) inspireert haar om voorbij de grenzen te gaan van mannelijke filosofische systemen. Extase en mystiek ontkennen de scheidingslijn tussen lichaam en verstand.

Wat is extase voor een kunstenaar? Het overkomt ons op een onbewaakt moment en enkel het gevoel blijft overeind. Kunst kan dit mogelijk maken, voor de maker en de toeschouwer. Maar wat openbaart zich doorheen de extase, en op welke manieren? De natuur, de kunst, seks, ze kunnen leiden naar extase. Ervaar jij het op dezelfde wijze als ik? Anne-Mie ervaart extase als “controle zijn” en vergeet haar ego wanneer ze in haar atelier werkt.

Vrouwelijke sjamanen en kunstenaressen laten zich niet afschrikken door extase en seksualiteit. Vrouwenlichamen bieden een alternatieve visie op de mannelijke intellectuele geschiedenis. Men noemde haar “pervers”, wij noemen haar “mystiek”. Ze geeft zich bloot, niet voor de lusten van het mannelijk oog, verwrongen tussen voyeurisme en kapitalisme, maar voor de zucht naar het nieuwe. Kunstenaars, wetenschappers en religieuzen zijn outsiders ten opzichte van de tijd en zien de dingen die er nog niet zijn.

Rob Faesen : Jezuïet en mystiekkenner

Rob Faesen (Tilburg, 1958) is een Belgische jezuïet, priester en emeritus hoogleraar aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Hij is houder van de Jesuiticaleerstoel en lid van het Ruusbroecgenootschap aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast bekleedt hij de Franciscus-Xaverius-leerstoel aan de Universiteit van Tilburg.Zijn academisch werk richt zich op de mystieke literatuur van de Lage Landen, met bijzondere aandacht voor auteurs als Hadewijch en Jan van Ruusbroec. 

Mystiek is de ideale voedingsbodem voor extase, en toch wordt het ook in deze context soms verkeerd begrepen. Extase gaat niet om een uiterlijk vertoon, maar om een inwaarts keren. De “heart of the matter” is een liefdestaal die gesponnen wordt in het intiemste zijn van de menselijke persoon. Het is geen wonder dat dit soms als pathologisch wordt beschouwd, omdat relaties en zelfverlies vloeken met het moderne paradigma dat individualisme vooropstelt.

Toch kan het anders: het hedendaagse denken stelt zich open voor alternatieve vormen van relationele kennis. Met wat verbinden we ons? De mystiek biedt antwoorden. De liefde is geen abstract principe maar een concrete ervaring die van binnenuit de mens beweegt – ook in de christelijke mystiek.

Paulus schrijft over verrukking en extase – binnen of buiten het lichaam dat weet hij niet. Hij voegt het begrip toe aan het christelijke vocabularium en de mystiek worstelt eeuwenlang om de ervaring onder woorden te brengen. Functioneert de mens nog in extase? Wanneer is men in of uit zichzelf? De grenzen van de menselijke persoon kunnen vervagen maar voor de mystici heeft deze vorm van extase enkel waarde als het om een liefdeservaring met God gaat. Extase is nooit het eindpunt: na de goddelijke aanraking volgt de menselijke toewijding. Het contemplatieve leven en het actieve leven gaan hand in hand, extase verstoort het ritme van het dagelijkse leven niet. Toch treedt er een storing op wanneer het om de liturgie gaat. Ze is nog niet klaar voor de reïntegratie van de extatische ervaring. Dit verwacht immers dat het goddelijke doorvoelt wordt met het lichaam, aldus de christelijke mystici.

Lieve Dierckx: danskenner

Lieve Dierckx is een Belgische danscritica, vertaler en theaterwetenschapper. Sinds 2005 schrijft ze over dans en performance voor diverse tijdschriften, kunsthuizen en makers. Haar werk verschijnt regelmatig in Rekto:Verso, Etcetera, Pzazz en Documenta, en ze heeft ook bijdragen geleverd aan publicaties van Kunst/Werk en Sarma. Ze staat bekend om haar poëtische en reflectieve stijl, waarbij ze diep ingaat op de lichamelijke en ruimtelijke dimensies van dans. Ze analyseert dans niet alleen maar zoekt ook naar nieuwe taal om lichamelijke ervaringen en performatieve processen te beschrijven en put hiervoor ook uit spirituele bronnen. Ze volgde werkprocessen als extern oog bij gezelschappen als Peeping Tom, Daniel Linehan, Marc Vanrunxt en Youness Khoukhou, en gaf schrijfworkshops aan studenten van P.A.R.T.S.

Extase verbindt ons met de natuur, de mensen om ons heen en de aarde. Het buiten-zichzelf zijn betekent een terugkeren naar het zelf. De innerlijke leefwereld reflecteert de macrokosmos. Het taoïsme en de mystiek verzetten zich tegen regels en waken over deze extatische en lichamelijke principes. Na een groot verlies tijdens de Verlichting willen we terugkeren naar rituelen van kosmische verbinding, en in de podiumkunsten leeft dit verlangen enorm. Dans biedt een kans om een staat van gratie te bereiken waarin alles samenvalt, op basis van een discipline en lichamelijke toewijding.

Extase klinkt exotisch maar eigenlijk behoort het tot het alledaagse leven. Mystiek kijkt onder de oppervlakte. Extase is dan niet zweven maar duiken. Het is de voorwaarde van oprechte communicatie, echte transformatie. Als dans zich wil toeleggen op deze dynamiek dan wordt een inzet van zowel maker als toeschouwer verwacht. Dan kan de dans helen en harmonie herstellen – net zoals sjamanen dit doen.

Op zoek naar energie en vitaliteit kwam Lieve bij dans en podiumkunsten terecht. Zo leerde ze ook danseres Lu Marivoet kennen en herinnerde zich haar ervaringen van samenvallen met de natuur, met de levenskracht. De oceaan geeft Lieve een pure energie die een dagelijkse extatische ervaring schenkt. Vele dansers zoeken naar vitaliteit in hun praktijk. Dit moet je durven!

Lu Marivoet: danser

Lu Marivoet is een Belgische danseres, choreografe en lichaamsgericht therapeute. Ze volgde een opleiding hedendaagse danspedagogie aan het RIDC in Parijs en werkte van 1990 tot 2012 als docente in hedendaagse dans, contact- en groepsimprovisatie, zachte gymnastiek, dans voor senioren en dansexpressie. Ze was actief in artistieke tussenkomsten op scholen, coachingstrajecten naar voorstellingen en performances, en creëerde en danste in diverse dansprojecten. Sinds 2017 runt ze een zelfstandige praktijk in biodynamisch craniosacraal lichaamswerk. Ze doceerde ook binnen de opleiding Cranio Sacraal Auto Dynamisch (CSAD) en werkte voor O-KI, een centrum voor lichaamstherapieën. Sinds 2024 werkt ze als danser samen met Sander Vloebergs in rituele en liturgische dansprojecten. Haar werk combineert dans, lichaamsbewustzijn en therapeutische benaderingen zoals Somatic Experiencing, Focusing, Polyvagal Theory en BodyMindCentering.

Voor extase heb je een lichaam nodig, meer nog het lichaam is spiritueel en het weet beter dan het verstand hoe verbindingen te leggen. Het weet hoe het moet vasthouden en loslaten. Extase is zowel uiterlijk als innerlijk, ze volgen de twee basale bewegingen van het lichaam: expansie en terugkeer. Een plaats zoeken in deze pulserende beweging zorgt voor een gedragenheid en een presentie, zonder veel woorden. Dit zorgt voor een persoonlijke groei in bewustzijn, en de extase is geen doel op zich.

Extase vooronderstelt overgave en aanwezigheid. Toch betekent deze aanwezigheid geen controle in de enge zin. Wat heeft extase met trance en bezetenheid te maken? Ze hebben allen te maken met een plotse ervaring die zich aandient en enkel diep gevoeld kan worden. Extatische dans kan leiden tot bezetenheid maar evengoed ook leiden tot bewust verbindingen die getoond worden aan de toeschouwer. Dit is mogelijk als we ons gedragen voelen en toch beheersing aanhouden (om niet te ver te gaan).

Hoe verhoudt dans en beweging zich tot verstilling en verinnerlijking? Alles is in beweging, ook ons lichaam neemt deel aan een voortdurende uitwisseling met zijn omgeving – zelfs op cellulair niveau. Expansie en terugkeren behoren tot het basale ritme van het leven. Inwaarts luisteren is een spirituele oefening en tegelijk kan verstilling ook in beweging gevonden worden, al mag het hoofd ons dan niet vastzetten. Veiligheid en openheid zijn belangrijk als we dit in groep willen ervaren, in een dansvoorstelling. Elkaar (aan)voelen hoort erbij. Het is zoals een gebed.

Arjun serneels

Arjun Serneels is een Belgische hindoepriester, healer en spiritueel leraar. Op jonge leeftijd vertrok hij naar India, waar hij 25 jaar lang leefde en studeerde. Op twintigjarige leeftijd werd hij opgenomen door een brahmaanse familie in Viśakhapatnam (Andhra Pradesh), die hem opleidde in het dharmisch leven, inclusief vedisch denken, astrologie (jyotish), ayurveda, vedische recitatie en rituelen. Later kwam hij in contact met Swami Sampūrṇānanda in Śrisailam, bij wie hij verschillende tantrische sādhana’s beoefende. Zijn spirituele pad leidde hem vervolgens naar Vārāṇasi, waar hij Sanskriet studeerde bij paṇḍit Vāgīśa Śastri. Zijn uiteindelijke inwijding ontving hij van Kedarrāj Rājopādhyāya, zijn dīkṣa-guru, in de oude Kaula-tantralijn in Bhaktapur, Nepal. Sindsdien is hij actief als hindoepriester en geeft hij pūjā’s, workshops en mantra-inwijdingen in Europa, Californië en India. Hij woont momenteel in België, waar hij een yajñaśālā (rituele ruimte) met een gewijde vuurplaats heeft ingericht. In 2021 kreeg hij van zijn guru de toestemming om zelf mantra-inwijdingen te geven en leerlingen te begeleiden in tantrische mantrapraktijken.

Extase heeft te maken met gelukzaligheid, als we het in een metafysisch kader plaatsen. Ons ware zelf is extatisch omdat God zichzelf spiegelt doorheen ons. Dit kan enkel waargenomen worden als we loskomen van onze menselijke beperkingen. Extase is een reis terug en is de essentie van alle dingen. In de eerste tantratradities werd dit besef opgezocht in transgressieve ervaringen die bezetenheid niet schuwden. Deze oudere lagen tonen zich nog steeds in extatische dans of rituele bezetenheid. Dit heeft geleid tot een besef dat we eigenlijk altijd bezeten zijn door het goddelijke en dat we geen eigen ik bezitten.

Hoe ervaren priesters deze extase? Gelukzaligheid is een spirituele toestand en dat hoeft niet gepaard te gaan met rituele praktijk. Rituele dansers in Nepal en Kerala zijn wel extatisch en zoeken bezetenheid op. Ze worden orakels en voeren een choreografie uit die minder complex is als de rituele handeling van de brahmaan. Extase kan samengaan met de uitvoering van complexe handelingen, merkt Arjun op -enkel als je beseft dat alle activiteit goddelijke kracht is. Kan het ook doorgegeven worden aan de toeschouwer? Doorheen de eeuwen hebben rituelen de historische extatische wortels geabsorbeerd. De rituele vorm werkt door, zeker als dit samengaat met bezetenheid, voorbij het theater en het spektakel.

Alle kennis is te herleiden tot het lichaam. Perceptie is een cruciale stap op de weg naar gelukzaligheid, opgesplitst in 5 stadia. Het lichaam plaatst ons in een spanning tussen eenheid en veelheid. Het openen en sluiten van de ogen van God. Het is een dynamisch bewustzijn, anders verklaart het ons leven niet.

Marc Vanrunxt: danser-choreograaf

Marc Vanrunxt is een Belgische danser en choreograaf die sinds de jaren 1980 actief is in het Vlaamse danslandschap. Hij studeerde van 1976 tot 1981 aan de dansschool van An Slootmaekers en begon in 1980 met het creëren van eigen werk. Zijn choreografieën worden gekenmerkt door een onderzoekende houding ten opzichte van dans als medium en choreografie als taal, waarbij hij begrippen als tijd, ruimte, energie en aanwezigheid herdefinieert. Vanrunxt werkte samen met diverse choreografen zoals Jan Fabre, Thierry Smits en Truus Bronkhorst, en met kunstenaars uit andere disciplines, waaronder Anne-Mie Van Kerckhoven, Serge Verstockt en Koenraad Dedobbeleer. Zijn werk balanceert tussen het mystieke en het materiële, en vertrekt vaak vanuit tegenstellingen zoals zichtbaar/onzichtbaar en tastbaar/ongrijpbaar. In 2001 richtte hij samen met Patrick Sterckx en Alexander Baervoets de vzw Kunst/Werk op, een organisatie die zich toelegt op het ondersteunen van meerdere choreografen. Hij is gastdocent aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zijn oeuvre omvat meer dan dertig choreografieën, waaronder Ballet in Wit, For Edward Krasinski, Real, So Real en lostmovements. In 2025 ontving hij de Carrièreprijs op Het Theaterfestival.

Marc vertelt over de start van zijn danscarrière en zijn ervaring als leerling van Ann

Marc vertelt over zijn ervaringen als danser in het gezelschap van An Slootmaekers (1934-2024) en zijn lessen bij Lea Daan (1906-1995). Ruimte- en bewegingsleer (zie Rudolf van Laban) stonden centraal in de moderne dans van Vlaanderen. Toch was het nog niet mogelijk om deze kenconcepten te benoemen op dit moment. Het is maar in de praktijk waar men leert waar het in dans om draait. Lieve Dierckx vult ook aan met verwijzingen naar Jeanne Brabants (1920-2014) en het Vlaamse ballet.

Marc analyseert het concept ruimte in de danskunst. Hij tracht ruimte zichtbaar te maken om een ervaring op te wekken bij het publiek. De danser werkt aan de presence, de intentie, de uitdrukking en de vorm – alles komt samen en maakt een uitwisseling tussen binnen en buiten mogelijk. We spreken over Jan Fabre en Danny De Vos die sterke beelden en vormen creëren. Marc werkt in eerste instantie met de bewegingskwaliteiten van de lichamen van de dansers, de vorm ligt voordien niet vast. Ze zijn persoonlijk betrokken, maar de beleving van de dansers, hun extase, is minder belangrijk dan die van de toeschouwer. Verdwijnt de vorm niet als de danser in extase gaat?

De innerlijke leefwereld van de danser is belangrijk, als ook hun tweede huid, het danskostuum. Er moet een veilige atmosfeer gecreëerd worden die van de dansers overgedragen wordt op het publiek. Het innerlijk landschap wordt de ruimte ingestuurd en de danser neemt hiervoor de tijd – “real time, real action”. Dit leert dans ook van de performance art. Dit verwacht een vorm van zelfcontrole, een choreografische structuur – sluit dit extase dan per definite niet uit? Voor Marc is het belangrijk om te blijven communiceren als danser. Je kan communiceren dat je in extase bent, maar dan projecteert de performer niet meer naar het publiek. In de performance kunst gebeurt dit soms ook, zeker als het om een extreme pijnervaring gaat. In zijn eerste solo in de jaren ‘80 herkende Marc eenzelfde dynamiek – een soort uitdrijving: een uitputting die extase uitlokt. Ook vandaag keert extase terug op scène, na de ironie is er terug ruimte voor een (semi)religieuze ervaring, stelt Lieve Dierckx.

Kostuums en licht kunnen de ruimte transformeren, die dan weer een innerlijke verandering uitdrukken – veruitwendiging van het innerlijk landschap. Choreografie is een dramaturgie van de transformatie, en dit is niet vrijblijvend. Vaak zijn deze veranderingen eenvoudig maar zeer precies. Alles is vorm. Het publiek moet deelnemen aan dit proces.

Danny Devos: Performancekunstenaar

Danny Devos, ook bekend als DDV, is een Belgische performancekunstenaar en beeldhouwer wiens werk sinds 1979 draait rond bodyart, misdaad en het menselijk lichaam als expressiemiddel. Hij voerde meer dan 160 performances uit in meer dan 40 steden wereldwijd, vaak met zijn eigen lichaam als medium en met gebruik van extreme materialen zoals scheermessen, hangsloten en touw. Sinds 1987 correspondeerde hij met veroordeelde moordenaars zoals Freddy Horion, Michel Bellen en John Wayne Gacy. In 1981 richtte hij samen met Anne-Mie Van Kerckhoven het kunstcollectief en noiseband Club Moral op, een invloedrijke undergroundgroep in de Antwerpse kunstscene van de jaren 1980. Naast performances creëerde hij sculpturale installaties en werkte hij in China aan de Artfarm van Wim Delvoye. Zijn recente werk omvat het gebruik van AI-gegenereerde beelden die hij omzet in fysieke objecten via 3D-printing en CNC-technologie. Zijn oeuvre omvat solotentoonstellingen zoals In Memory of Ed Gein, True Crime Art, Picnic at Hanssenspark en La Révolte des Machines.

Voor Danny De Vos is performance beeldende kunst. Hij heeft een duidelijk beeld van hoe de performance eruit zal zien. Een performance doe je maar één keer, vaak ook omdat het om lichamelijk-uitdagende ervaringen gaat (zoals het doorslikken van een touw). Misschien is extase een vorm van hyper-focus, een extreme vorm van concentratie die we ook wel herkennen in het uitvoeren van dagdagelijkse klusjes. In zijn lichaamskunst maakt Danny abstractie van zijn lichaam, het wordt een instrument. Hij is zeer bewust terwijl hij bekeken wordt als een object – zijn persoonlijkheid verdwijnt. Hij wordt volledig onderdeel van het kunstwerk en verliest het publiek en de omgeving uit het oog. De eigen ervaring is niet van belang.

Danny beschrijft een performance met een scheermesje – een eindeloze seconde. Heel het lichaam moet stilstaan, het bevriest. Hoe lang dit duurt, is van geen tel. De performancekunst dient geen ander doel; het lichaam volgt. Het verschilt van sport en leunt eerder aan bij zenboeddhisme of het doet denken aan de praktijk van de fakir uit de islamitisch ascetische traditie.

Lea verstricht – theologe

Lea Verstricht is een Belgische theologe die werkt als educatief medewerker bij het vicariaat van het bisdom Antwerpen en als onderzoeker voor het Interdiocesaan Pastoraal Beraad. Vanuit haar achtergrond in theologie en religiewetenschappen zoekt ze naar manieren om geloof, cultuur en samenleving met elkaar te verbinden. Haar werk richt zich op spiritualiteit in het dagelijks leven, ecologie en kerkelijke vernieuwing. Ze combineert academisch onderzoek met concrete projecten, zoals initiatieven rond duurzaamheid en pastorale zorg, en schrijft toegankelijk over hoe traditie en hedendaagse uitdagingen elkaar kunnen versterken. Verstricht gelooft in verbinding en hoopvolle perspectieven, en nodigt mensen uit om geloof te beleven als een bron van inspiratie voor een rechtvaardige en zorgzame wereld.

De ziel en het lichaam zoeken elkaar eeuwig op, misschien is dat wel extase? Een ziel heb je nu en dan. Pas wanneer vreugde en verdriet samenkomen, is ze daar. Ze heeft ons nodig. Wanneer de ziel het lichaam vindt, en de mens zich overgeeft/gewonnen geeft, dan dient een andere realiteit zich aan. Je wordt buiten jezelf getrokken en toch voel je je vingertoppen tintelen, een gevoel dat zich verspreidt en je wegvoert. Je raakt het onbekende aan en het gaat je leven bepalen. Lea kwam deze ervaringen tegen in de natuur (op verre reizen, maar ook in vertrouwde bossen), in de liefde (jong en oud, in het rouwen en ontdekken) en in haar spiritualiteit. Het leven leert ons extatisch te zijn. We jongleren met paradoxen, weidsheid en eigenheid wisselen elkaar af. De Kerk biedt een taal, maar het is belangrijk om stil te staan, om je bewust te worden van je grenzen (van je lichaam) en zelf te ervaren wat er zich aandient.

De kerk is een instituut van mensen en heeft te lang een ongezonde verhouding tussen religie en macht aangehouden. De vele regels hebben de levens van gelovigen te eng gemaakt. Hierdoor ging de schoonheid van het boetesacrament en het “Heer ontferm u over ons” verloren. Het zou nochtans het begin kunnen zijn van extase: meegenomen te worden door God, en door Hem gezien te worden. De kerk krijgt nu een nieuwe kans. Vele jongeren zoeken naar antwoorden op levensvragen en gaan luisteren wat er verteld wordt tijdens de catechese in de Antwerpse kathedraal. Het is een boeiende tijd waar de kerk zelf terug extatisch mag worden en mag leren om controle te verliezen. Theologen weten al dat ze het niet weten. Ook kunst en muziek kunnen haar leren te luisteren naar een realiteit die probeert door te breken.

Lies Daenen – kunstenares en procesbegeleider

Lies Daenen is een Belgische procesbegeleider, kunstenaar en ritueelbegeleidster die mensen, organisaties en gemeenschappen ondersteunt bij diepe transformatie. Na tien jaar bij Cera werkt ze sinds 2011 als freelancer, en gebruikt ze methodieken zoals systemisch werk, lichaamsgerichte trauma- en natuurcoaching en sjamanistische heling, vaak geïnspireerd door de cyclische wijsheid van het Medicijnwiel. In haar artistieke werk vormt kwetsbaarheid de kern: ze creëert beeldend onderzoek rond onze verbondenheid met natuur en mysterie, met bijvoorbeeld ritueel-artistieke boomafdrukken en installaties die relaties tussen mensen, bomen en de aarde verkennen. Haar aanpak staat voor intuïtie, creativiteit en een diepe levensvisie, waarin persoonlijke groei, collectieve heling en een duurzame visie steeds met elkaar verbonden zijn.

Praten over extase gebeurt in paradoxen. Lies zegt dat het om een “en+en verhaal” is. Extase is zowel buiten jezelf gaan, als ook dichter bij jezelf komen en inwaarts keren. Met mildheid kijkt ze naar momenten in het menselijk leven wanneer we ons laten meevoeren in een roes, of waar trauma vraagt om even weg te kijken en stil te blijven, ook al beweegt het leven verder. Een ware transformatie, een spirituele groei die ook in de natuur plaatsvindt, gaat over innerlijk ruimte maken en bewust worden. Het is geen vervorming of manipulatie, integendeel, spirituele ontwikkeling gaat over ex- stasis: voorbij het punt van stagnatie gebracht worden en trans-formatie vinden, een staat van flux die aansluit bij de stroom van het leven. Soms betekent dat kopje ondergaan. De meerstemmigheid (van verschillende centra van intelligentie) die kunstenaars en ritueelbegeleiders hanteren, kan ons helpen om onze “hoofdstem” te verzoenen met de harmonie van ons lichaam.

Lies vertelt hoe extatische ervaringen helemaal niet zo vreemd waren tijdens haar kinderjaren. Ze hebben haar een innerlijk licht geschonken dat haar helpt om zich als volwassen vrouw een weg te banen langs verschillende artistieke en spirituele paden. Ze herinnert zich een persoonlijke relatie met Jezus en Maria die ze opbouwde in de basiliek van Tongeren. Het gemeenschapsleven en de religieuze cultuur in de stad wakkerde haar extatische vertrouwdheid met Moeder en Zoon verder aan. Toch richtte diezelfde godsdienst ook veel schade aan in haar gezinsleven. Na enkele jaren van intellectuele afscherming die ze vond in de filosofie en haar relatie, ontdekte ze via meditatie en kunst een weg terug tot bij haar lichaam en haar emoties. Het lichaam legde een volledig universum blood en bood een weg naar een vitale kracht die tegelijk adembenemend en verwoestend aanvoelde. In sjamanistische tradities leerde Lies manieren om met deze kracht om te gaan. Ze bieden een tegengewicht voor en aanvulling op de christelijke liefdesmystiek.

Bert Lodewijckx – katholiek priester

Bert Lodewijckx is een Belgische priester en zorgpastor. Gedurende 24 jaar diende hij als ziekenhuisaalmoezenier binnen de GZA-ziekenhuizen in Antwerpen, waar hij diepgaande pastorale zorg bood aan zowel patiënten als hun naasten. Hij begeleidde gespreksgroepen over spiritualiteit en Bijbel en werkte als geestelijk begeleider binnen het bisdom Antwerpen. Sinds zijn officiële terugtreden als parochievicaris en ziekenhuispastor eind 2023, ondersteunt hij het sacramentele leven in het dekenaat Kempen‑West voor een periode van zes jaar. Daarnaast is hij mede-auteur van het boek Zeven kruiswoorden, waarin hij de laatste woorden van Christus toepast op spirituele zorg en lijden in de hedendaagse zorgcontext. Ook organiseert hij getuigenissen en gesprekken rond thema’s als verzoening en zorg aan het levenseinde, zowel voor zorgverleners als voor een breder publiek

Extase kan gevonden worden in de natuur, in de verbondenheid met het leven. Het is een ontroerend moment voor Bert wanneer hij tot dit bewustzijn komt. Je kan dit niet zoeken, maar het overkomt je. In de natuur kan je leren verwijlen en verstillen. Als kind is dit een gegevenheid maar als volwassen persoon moet je je oefenen in het aanwezig zijn en beroerd worden. Het is geen zelfbevestiging maar doorstroming, het is mariaal. Het leven leert je deze houding aan, al kan je ook makkelijk het pad verliezen. Al het goede dat door de mens stroomt, is pure gave van dat moment. Dit besef leidt ons tot de nederigheid die cruciaal is.

Het priesterschap brengt ook verlieservaringen die leiden naar een diep dal, maar ook naar extase. De natuur en de muziek brengen solaas. De natuur is soms een open boek dat symbolen aanbiedt. De muziek is een opening, een bedding. Je moet loslaten, maar in de diepte is God er nog. Je ervaart dit zelfs in het lichaam, alle vezels zijn met het geheel verbonden. Het is een basisvertrouwen dat vanaf de kinderjaren wordt opgebouwd en leidt tot ontvankelijkheid. Dit is cruciaal voor het priesterschap en is niet eenvoudig. Het resulteert soms in tegendraadse posities binnen een klassieke katholieke kerk. Maar het brengt hem evenzeer tot bezieling en mystiek die mensen raakt. Dit kan je enkel doen als je de liturgie en de teksten volledig doorleeft. Je voltrekt de handelingen maar hoe het op de mensen inwerkt, dat is onvoorspelbaar. De opbouw van het ritueel biedt openheid voor een persoonlijke ervaring.

Katrien Vanderbeke – danseres en bewegingstherapeut

Katrien Vanderbeke is danseres van opleiding aan de Academie for Experimental Dance in Kopenhagen en gecertificeerd docent Alexandertechniek, opgeleid door Elizabeth Langford en gekwalificeerd in 2001. Ze heeft een privépraktijk in Oostende en is docent aan KASK & Conservatorium, de School of Arts van HOGENT en Howest, waar zij Alexandertechniek doceert binnen de dramaopleiding.

Katrien werkte samen met Sander Vloebergs aan de liturgische dansvoorstellingen OPUS CORPORIS en Heart Space, die in België, Duitsland en Nederland werden gepresenteerd. Daarnaast verdiept zij zich sinds vele jaren in Peruviaans sjamanisme.

Katrien Vanderbeke vindt extase niet langer buiten zichzelf maar binnenin. Ze ervaart een gevoel van rust en extase op hetzelfde moment. Extase beleeft ze niet exclusief mentaal of spiritueel, integendeel, ze is voelbaar in het hele lichaam. Katrien benoemt drie pijlers in haar leven die haar tot dit punt hebben geleid: dans, reizen en sjamanisme. De fysiek en mentaal uitdagende Butoh inspireerde haar om het persoonlijke te overstijgen en een universeel verhaal te vertellen. “Je ontwaakt in jezelf op plaatsen die je nog niet hebt verkend”. Haar reizen naar Indonesië en Peru, bijvoorbeeld, creëerden een cultuurshock en toonden haar vooral hoe we in onze moderne wereld beperkt worden. Ze leerde er ook sjamanistische tradities kennen en ontving verschillende initiaties. Zowel dans als sjamanisme beoefenen een discipline: het gaat niet om tools verwerven of vormen aanleren maar inwaarts keren en integreren. Het draait niet zozeer om een buitenzinnig sjamanisme, maar wel om een ervaring van wederkerigheid met de gemeenschap en de natuur – een simpele vreugde die onze samenleving deels is kwijtgeraakt. We moeten eigenlijk niet zoeken naar deze verbindingen, ze zijn altijd al aanwezig in het alledaagse. Hoewel alle wezens een eigen taal spreken en zelden menselijke woorden gebruiken, kunnen we met kinderlijke verwondering en intiem lichaamswerk opnieuw meertalig worden en de rijkdom ontdekken van de pieken en dalen van een (innerlijke) wereld.



Sander en Katrien blikken terug op de liturgische dansvoorstelling OPUS CORPORIS die ze maakten. Katrien ervaarde een extase wanneer de voorstelling startte. Als vrouw treedt ze binnen in de mannenwereld van de katholieke Eucharistie. Ze voelde duizenden vrouwen achter zich staan. De voorstelling ging opzoek naar universele beelden die de taal en het script van het ritueel overstijgen. De presentatie en de aanwezigheid van het vrouwelijkheid wordt verrassend goed onthaald. Het is eerder de stilte die de voorstelling bewust integreert, die het publiek/de gemeenschap met verstomming slaat. Kan stilte nog leiden tot verwondering en beweging? Hoe helpen we mensen de vorm en de verhalen te overstijgen? Hoe maken we de dans universeel, behapbaar en herkenbaar? 

Ronald Sledsels – katholiek priester

Ronald Sledsels is een Vlaamse priester met een lange staat van dienst binnen het onderwijs, de pastorale zorg en het kerkelijk leiderschap. Hij werd priester gewijd in 1983, waarna hij zijn loopbaan begon als godsdienstleraar aan het Sint‑Jozefinstituut te Kontich (1985). In de daaropvolgende jaren was hij van 1987 tot 1992 docent pastoraal-theologie aan het Theologicum in Antwerpen. In 1993 werd hij benoemd tot inspecteur‑adviseur voor het godsdienstonderwijs in het secundair en pedagogisch hoger onderwijs van het bisdom Antwerpen, een functie waarin hij meewerkte aan de begeleiding, evaluatie en inhoudelijke ondersteuning van het katholiek godsdienstonderwijs. Sinds de oprichting van de Pastorale Eenheid Heilige Damiaan (Hoboken, Berchem, Kiel, Wilrijk) in 2018 is Ronald er actief als pastoor/deken, met verantwoordelijkheid voor de coördinatie en algemene pastorale leiding van deze grote stedelijke geloofsgemeenschap. Hij maakt daarnaast deel uit van het team voor liturgie, catechese en gemeenschapsopbouw binnen de Pastorale Eenheid. Hij is tevens pastor en voorganger in de gemeenschap De Wegel – Heilig Hart in Hoboken, waar hij eucharistievieringen en homilieën verzorgt en actief betrokken is bij het lokale parochieleven.
Naast zijn werk binnen het kerkelijke en pastorale landschap is Ronald ook actief als reisleider bij Davidsfonds Cultuurreizen, waar hij groepen begeleidt op culturele reizen, vooral naar de Verenigde Staten en Berlijn.

Extase is een geschonken moment van buiten jezelf treden. Plots ga je op in een ervaring die een onwezenlijke invloed heeft op je welbevinden. Het overstijgt het verstand en de herinnering aan de extase is sterker dan de ervaring zelf. Daarom kan extase deugd blijven doen. Voor Ronald kunnen religie en kunst deze ervaringen oproepen. In 2014 zag hij het zwarte vierkant van Casper Malevich in Amsterdam. Het goddelijke dat zo radicaal wordt geabstraheerd, roept een leegte op die extase mogelijk maakt. In de drukte van het leven, van de stad, breekt dit beeld met het alledaagse en blijft het nazinderen. Naar het “Vir Heroicus Sublimis” van Barnett Newman keert Ronald als trouwe pelgim jaarlijks terug. Ook ontmoetingen met mensen kunnen existentiële vreugde en vertrouwen oproepen, een persoonlijk geleefde bewustwording van hoe je deel uitmaakt van wat er is. Dat is ook extase. Je voelt dit in je lichaam, het verandert je. Je hoort het geluid van de stilte. De herinnering kan je nadien overvallen of ze kan zich vertalen en vertakken in nieuwe verbindingen. Malevich’s zwarte gat kan plots de leegte oproepen die nodig is in een diep pastoraal gesprek: een onvoorstelbaar moment van zielsverwantschap dat tegelijk ook een ondeelbare eenzaamheid in zich draagt, een vreemd residu van de extatische ervaring. Het dwingt een, bescheiden en kwetsbare, menselijke creativiteit af die vooral ook groeit in de “profane” wereld, de wereld buiten de kerkstructuur. Via artistieke en esthetische ervaringen kan de Geest tot ons spreken, ons voeden en vrij maken.

 

Wendy Wauters – kunsthistorica

Wendy Wauters is doctor in de kunstwetenschappen (KU Leuven) en promoveerde in 2021 met een bekroond proefschrift over de belevingswereld van de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne kerkganger, waarin zij de zintuiglijke waarneming en religieuze ruimte centraal stelde. Haar onderzoek werd internationaal opgemerkt en resulteerde in wetenschappelijke publicaties én het publieksboek “De geuren van de kathedraal”, dat zowel genomineerd als bekroond werd. Voordat zij zich volledig aan onderzoek en cultuurwetenschap wijdde, werkte Wauters als art director in de reclamesector. Nadien was zij verbonden aan PARCUM, het museum en expertisecentrum voor religieuze kunst en cultuur in Leuven. Ze ontwikkelde er inhoudelijke trajecten rond erfgoed, devotiepraktijken en de culturele context van religieuze objecten. Momenteel is Wendy hoofd collectievorming non-fictie voor de Antwerpse bibliotheken, waar zij verantwoordelijk is voor het beleid en de inhoudelijke uitbouw van de non-fictiecollectie. Daarnaast is zij een veelgevraagd spreker, bekend om haar vermogen om de “kleine verhalen” van de 16de eeuw levendig en toegankelijk voor publiek te maken.

Extase krijgt geen vaste invulling, ze neemt steeds nieuwe vormen aan doorheen de geschiedenis. We kunnen ons vandaag nog herkennen in de universele emoties in verschillende periodes, al moeten we ook opletten voor anachronismen. In de late middeleeuwen en vroege moderniteit zijn extase en buitenzinnigheid veelbesproken onderwerpen binnen de volkscultuur: vaak wordt er gewaarschuwd tegen valse of extreme vormen van deze fenomenen. Soms wordt extase opgewerkt, op andere momenten overkomt het ons; soms wordt ze positief (religieus) gekaderd, soms wil men deze ervaring net vermijden of bestrijden (zo lees Wendy in de medische literatuur van die tijd). Toch blijft het onmogelijk om de ervaring volledig te doorgronden aangezien ons lichaam, de samenleving, de middelen en technologieën, eeuwen geleden heel anders waren. Misschien was extase in een mystieke (monastieke) context een vorm van luxe: extatici hadden een leven waarbinnen deze ervaring opgezocht kon worden. Vandaag komt er ook meer tijd vrij om met extase te experimenteren – of is er zelfs nood aan psychedelisch middelen om de druk van het dagelijkse leven te verdragen. Misschien is onze hedendaagse cultuur heel ontwrichtend en komen er nu echo’s uit een mystiek verleden aan de oppervlakte. Extase en psychedelica werden toen opgezocht om de overgang naar een nieuwe tijd mogelijk te maken. Is deze nieuwe wereld maakbaar? Hedendaagse spiritualiteit wordt soms gedwongen in een keurslijf: zelfverbetering en extatische middelen worden ingeschakeld om een vermenselijkte wereld te koloniseren met kapitaal. Maar, ingetogen extase kan worden ingezet als een verzet: die moet dan lichamelijk zijn en niet-maakbaar. De nabijheid van de natuur, in onze huidige cultuur maar ook doorheen de tijd, kan ons inspireren. 

Stijn Demaré – theoloog

Stijn Demaré is filosoof en theoloog, afkomstig uit Kessel‑Lo. Hij is stafmedewerker bij TAU – Franciscaanse spiritualiteit vandaag, een hedendaagse beweging binnen de franciscaanse familie in Vlaanderen. Vanuit deze functie begeleidt hij pelgrimstochten, vormingstrajecten en spirituele activiteiten die de franciscaanse traditie vertalen naar een actuele context. Binnen TAU maakt hij deel uit van het kernteam van stafmedewerkers, waar hij meewerkt aan inhoudelijke programma’s rond eenvoud, verbondenheid, innerlijke groei en de actualisering van de boodschap van Franciscus en Clara. Naast zijn werk bij TAU is Demaré verbonden aan Ecokerk, waar hij zich inzet voor ecologische spiritualiteit en bewustwording rond duurzaamheid, in lijn met de thematiek van Laudato si’.

De standaardmodus, default mode network, wordt in extase verstoord, waardoor het ego “on hold” wordt gezet. In de hersenen ontstaat er een grote neuroplasticiteit, nieuwe patronen ontstaan. Extase is een vorm van technologie, ze kan op verschillende manieren worden uitgelokt. Ook zelfgekozen armoede is zo’n technologie: een materiële overgave die spirituele gevolgen heeft. Maar voor alle extatische technologieën (psychedelica, zenmeditatie en religieuze armoede en ascese) geldt dat de omkadering een veiligheid moet kunnen garanderen die ervoor zorgt dat extase geen schade veroorzaakt voorbij de egodood. Er is ook mildheid nodig, en tijd, om de grenzen af te tasten van het bewustzijn. Extase moet dan eerder gezien worden als een neveneffect van een zoektocht naar een persoonlijke relatie met het transcendente. Voor Franciscus kan deze extatische wijsheid gevonden worden in de natuur. Ze leidt tot creativiteit en poëzie. De pijn die de natuur de mens kan aandoen, hoort erbij. Hij prijst het goede in de schepping: het goede wordt niet toegeëigend en het pijnlijke vraagt om transformatie. Verwondering is onze natuurlijke staat. De natuur en de armoede leren ons los te laten, te luisteren en mild te zijn. Mildheid is flexibiliteit, en gaat in tegen verstening. Mildheid is nederigheid, stromend water dat diepe wonden heelt. 

Tom Callebaut – architect

Tom Callebaut is interieurarchitect, onderzoeker en docent aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven, waar hij zich al jaren verdiept in de relatie tussen mens, ruimte en verbeelding. In zijn recente werk staan twee trajecten centraal die zijn praktijk een nieuwe richting geven. Met Het Land van de Verbeelding ontwikkelde hij vanaf 2025 een onderzoekslijn waarin verbeeldingskracht wordt ingezet als kompas voor verandering, verankerd in een expo en een reeks van twaalf brieven die antwoorden vormen vanuit een imaginaire wereld, telkens vergezeld van tekeningen die de toegangspoorten tot dat land verbeelden. Parallel daaraan reist hij met de vertelvoorstelling Het Eerste Avondmaal door Vlaamse kerken samen met Kristof Lataire, waar ze aan de hand van een landschap van dozen en verhalen de toekomst van religieuze plekken verkennen en tonen hoe transitieprocessen ontstaan binnen gemeenschappen. Deze twee trajecten bouwen voort op de inzichten die hij ontwikkelde in zijn doctoraat over de genereuze ruimte en zijn jarenlange werk binnen TC PLUS, zijn ontwerpbureau waarin hij projecten realiseerde die variëren van sacrale en contemplatieve installaties tot publieke en private experimenten zoals zijn open woonhuis G‑LAB en de reeks Miniatuurkamers van de Verbeelding. In al deze projecten zoekt Callebaut naar manieren om ruimtes te maken die verbinden, verbeelden en uitnodigen tot nieuwe manieren van samenleven.

Tom werkt aan ‘het probleem’ van leegstaand religieus erfgoed, maar hij ziet de leegte als een nieuwe kans. Hij stelt gastvrijheid centraal, als de mogelijkheid om een interreligieuze samenleving af te tasten. De verbeelding moet geprikkeld worden om deze openheid te fasciliteren. Angst overstemt soms dit vermogen dus het oefenen van de verbeelding is cruciaal in de huidige samenleving. Beperkingen en grenzen helpen ons, net zoals een ritueel, om vrijheid te vinden. Veiligheid is de voorwaarde om dit avontuur aan te gaan, voorbij de angst. Toms voorstel van “het land van de verbeelding” daagt een divers publiek uit om mee op stap te gaan en de realiteit speels te bevragen. Elke mens wordt geboren met een levendige verbeelding, maar het besef van de afwezigheid van deze creativiteit in ons dagelijk leven kan ook pijnlijk nostalgisch worden. De verbeelding kan ons leiden naar meer magie, meer extase, om het leven ten volle aan te gaan. Ook de christelijke mystiek prikkelt de verbeelding en temt het kritische intellect. In deze ervaringen worden alle vermogens tegelijk geprikkeld en geoefend. 

Leave a comment